Openingstijden:

maandagmiddag
dinsdag t/m vrijdag
vrijdag koopavond
zaterdag
  : 13.00 - 17.00 uur
: 09.00 - 18.00 uur
: 09.00 - 21.00 uur
: 09.00 - 17.00 uur

Schoen bestellen? Even mailen of bellen! Alle afgeprijsde schoenen staan op www.voordeelschoenen.nl
Voor alle info geldt prijs en modelwijziging voorbehouden.
 
 
 
 
 

geschiedenis

Leferink 100 jaar
In het jaar 2000 herdacht de familie Leferink dat hun schoenenzaak meer dan een eeuw lang bestaat. En dat niet alleen, de Leferinks als schoenlappers wonen en werken al meer dan honderd jaar in hetzelfde huis! Dat is toch wel heel bijzonder en zeker iets om bij stil te staan. Want wie kan er nog terugzien op hetzelfde bedrijf, dat honderd jaar door dezelfde familie in hetzelfde pand wordt uitgeoefend? Nou ja, eigenlijk mogen we niet zeggen hetzelfde bedrijf, maar kunnen we beter spreken van eenzelfde bedrijf. Want wat is er ontzettend veel veranderd in die honderd jaar!

Het begon allemaal met zelf schoenen maken. En dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Nu komen ze van de groothandel en worden ze op beurzen uitgezocht. Vakkundig repareren gebeurt nog wel.
En hetzelfde huis? Ja, dat nog wel, maar dan met verschillende verbouwingen. Het huidige pand is via een tapperij, een gemeentelijk politiebureau met arrestantencellen en door aankoop van het ernaast liggende pand geworden tot de zaak zoals die nu is.

Een interessante geschiedenis, de moeite waard om eens wat nader bij stil te staan. Wie waren de Leferinks en hoe is het allemaal begonnen?
De geschiedenis van de schoenmakers in Delden

Wij kennen tegenwoordig eigenlijk alleen de moderne schoenenzaak met een enorme variatie aan dames-, heren- en kinderschoenen, regelmatig vervangen en verwisseld omdat ze aan mode onderhevig zijn, gekocht bij de groothandel en op beurzen en in Delden doorverkocht. Schoenen voor allerlei doeleinden: voor het zware werk, voor alledag, voor de zondag en voor de chique. En als er wat aan stuk gaat of versleten is, moet men veelal voor reparatie terug naar de schoenmaker brengen.
Hoe anders was dat vroeger!

In het jaar 1832 waren er in Delden 3 schoenmakers en 3 klompenmakers. De schoenmakers waren Arend Averink in de Walstraat, Jan de Lat aan de Zuidwal en Barend Voet aan het Ressingplein. In 1840 waren dat er respectievelijk 4 en 7. Schoenmakers waren toen J. B. Bose aan de Langestraat 135, J. A. de Lat aan de Langestraat 159, J. S. ten Raa , Achter de Wal 33 en H. Rekers aan de Langestraat 124. De huisnummers van die tijd zijn niet te vergelijken met de huisnummers van tegenwoordig. Mannen, want het waren altijd mannen die ervoor moesten zorgen dat de inwoners van Delden goed voor het dagelijkse werk werden uitgerust. Inkopen doen in de omgeving was voor de gewone mens meestal een kostbare zaak. Men bleef daarvoor dan ook vrijwel altijd in de eigen plaats. De schoenmaker maakte vroeger daarom de gehele schoen. Niks kopen bij de groothandel; zelf doen! Daarvoor was leer nodig. Het bereiden daarvan is al een heel oud ambacht. Voor onze jaartelling was leer al bekend. Men gebruikte de huid van een os, een kalf, een paard of een geit. Rundleer voor de zolen, schapenleer voor de voering en geitenleer voor de bovenstukken.
Voor een huid tot leer werd, moest er veel gebeuren. Dat werk werd gedaan door leerlooiers, een ambacht dat "in een kwade reuk" stond!

Looien (het woord komt van het middelnederlandse lo = bos) werd gedaan door middel van run, d.i. gemalen eikenschors. Het is een proces om huiden voor bederf te vrijwaren, ondoordringbaar voor water en soepel te maken. De huid moet eerst onthaard en ontvet worden. Daarna ondergaat zij een ontrottingsproces in grote kuipen (de looikuipen) dat enige weken, soms maanden duurt. Men kan zich de lucht ongeveer voorstellen en dit was dus de reden waarom men de leerlooiers op een afstand hield. Deze lieden moesten vroeger vaak buiten de stad wonen en zij waren dan ook een ruig volkje.

Eikenschors werd gemalen in eekmolens, waarvan er enkele in Delden stonden, o.a. ongeveer op de plaats waar nu "De Wieken" ligt. Deze eekmolen was eigendom van Twickel en bracht een pacht op van 100 gulden per jaar. Ook de Twickeler houtzaagmolen achter Carelshaven vermaalde eikenschors tot run. De looikuipen waarin de huiden zich bevonden, werden in 'kuimen' geplaatst. Zo'n kuim (of koem in het Twents ) was een kolk. In Delden was dat een gedeelte van de stadsgracht aan de Noorderhagen, ongeveer waar nu huisnummer 28 is. Deze kuim was bezit van de "oude geregtigde schoenmakers der Stad Delden". Zij waren namelijk ook in Delden verenigd in een Gilde. In het gemeentelijk archief bevindt zich nog een afschrift van de Gildebrief uit 1592. Hierin staat o.m. te lezen dat de gezamenlijke schoenmakers in Delden voor Burgemeesters en Schepenen zijn verschenen en hebben geklaagd over schoenmakers die van buiten de stad komen en hun waar aan de burgers te koop aanbieden. Hierdoor lijden de schoenmakers in Delden en hun gezinnen veel schade. Op hun verzoek wordt daarom "tot in eeuwige dage" het Gilderecht verleend. De leden van het Gilde worden verplicht in hun huis een gildewapen te bezitten, dat zij in tijd van nood ten behoeve van de stad gebruiken moeten, op straffe van vier "Heeren Pond" (oude munt, waarvan de waarde van plaats tot plaats verschilt ). Niemand mag het schoenmakersambt uitoefenen zonder eerst tot het Gilde te zijn toegelaten. Ieder nieuw gildelid moet daartoe betalen één "Olden Fransen Schildt" ( gouden munt van ± f 1,50 ), waarvan de helft voor de stad en de helft voor het Gilde bestemd is, en tevens een pond was voor de kerk. Hiervan werden kaarsen gemaakt. Wanneer een nieuw gildelid voor het eerst zijn ambt gaat uitoefenen, is hij een ton bier en een ham aan het Gilde verschuldigd en aan de stad een leren emmer. Er is een tijd geweest dat iemand, die het burgerschap van Delden verkreeg, verplicht werd een leren emmer te kopen. Deze werden vooral gebruikt tijdens brand, waarbij men dan water uit de stadsgracht putte en de emmers aan elkaar doorgaf.

De verkoop van schoenen en leer door vreemden wordt beperkt tot de vrije jaarmarkten, die gehouden worden op Sint Marcus (25 april) en Sint Mauritius (21 september) en tijdens de Deldense kermissen.

De schoenmakers werden verplicht om, nadat zij de voetmaat hadden gekregen, binnen een maand de schoenen te leveren en voor een prijs die niet hoger ligt dan in de omliggende stadjes en dorpen van Twente. Op overtreding staat weer een straf van twee Heeren Ponden. De opleiding van nieuwelingen in het vak gebeurde door de Gildebroeders zelf. Een eigen zoon betaalde hiervoor een halve ton bier aan het Gilde en een pond was aan de kerk. Een zoon van een andere burger betaalde 5 vaan bier en een pond was en iemand van buiten Delden was 10 vaan bier en een pond was verschuldigd. (een vaan is een oude inhoudsmaat voor drank, groot 8 pinten of ongeveer vier liter).

Zo zien we, dat een Gilde bescherming bood aan de Gildebroeders en dat deze op hun beurt dienden te zorgen voor goede kwaliteit tegen een niet te hoge prijs. De gilden zijn tot in de negentiende eeuw van invloed geweest.

Later, in het begin van de twintigste eeuw, werd het leer gekocht van rondtrekkende handelaren. Deze kwamen voornamelijk uit de Langstraat in Brabant. Zelf looide men niet meer.
In onze eeuw werden door Leferink nog steeds schoenen voor moeilijke voeten gemaakt, die, als ze klaar waren, bij de klant thuis werden bezorgd, ook al woonde die in Oele of Bentelo. De grote varieteit in schoenen wordt tegenwoordig uitgezocht op de schoenenbeurs of het Schoenencentrum bij Utrecht, waaraan Carla en Bob vele malen per jaar een bezoek brengen.



--------------------------------------------------------------------------------


De familie Leferink

Zus en broer Leferink, Carla en Bob, leiden nu samen de moderne zaak die we in Delden allemaal kennen. Carla en Bob zijn de nazaten van een zeer oud Deldens geslacht, oorspronkelijk afkomstig van het Erve Leferink in Oele, waarvan in de zeventiende en achttiende eeuw meerdere leden als secretaris of burgemeester deel hebben uitgemaakt van het stadsbestuur. Hoewel de genealogische lijn van de Leferinks dus tot in de zeventiende eeuw is na te gaan, behoeven we voor de schoenmakers niet verder terug te gaan dan J. B. Leferink, die in 1867 werd geboren en schoenmaker werd. Hij woonde aanvankelijk Achter de Wal op nummer 128 en trouwde in 1895 met Christina Johanna Exterkate (geb. 1870). Het paar verhuisde op 1 juli 1900 naar het pand op de hoek van de Langestraat met het Zuiderhagen en hier begint dus de honderdjarige geschiedenis van de schoenenzaak. Zij krijgen zeven kinderen, waarvan de oudste, Bernardus Johannes , die in 1896 werd geboren, de opvolger wordt in het schoenenbedrijf. Ook zijn jongere broer Herman Joan, die in 1900 werd geboren, komt in het vak, doch hij vertrekt in 1920 naar Utrecht. In 1925 treedt Bernardus Johannes in het huwelijk met Berendina Francisca Rouweler (geb. 1897) uit Goor. Zij krijgen acht kinderen. Hiervan komt het derde kind, de in 1928 geboren Johannes Bernardus Maria (Jan) in de zaak. Hij heeft samen met zijn vrouw het bedrijf vele jaren geleid en gemoderniseerd, tot in 1989 zijn beide kinderen Carla en Bob (die al jaren in de zaak werkzaam waren) de zaak overnamen.
In 1955 begint tante Annie (een zuster van Jan) een schoenenzaak in Nijverdal, welke zich ook thans nog (met neef Olaf en nicht Sandra Extercatte) in een goede klandizie mag verheugen.





--------------------------------------------------------------------------------


Het winkelpand

De situatie rond de schoenenzaak zoals die nu is, was een eeuw geleden heel anders. Ligt het winkel- woonhuis thans geheel ingesloten tussen Spoorstraat, Langestraat en Zuiderhagen, omstreeks 1900 bestond dit deel uit meerdere percelen.

Het pand hoek Langestraat-Zuiderhagen was eigendom van Twickel. Tijdelijk is J.L. Künen eigenaar geweest, waarbij Derk Schuphaus inwonend was. Künen had daar een boekbinderij.
Hij overleed in januari 1900, waarna Twickel als hypotheekverstrekker opnieuw eigenaar werd. In datzelfde jaar kocht Johannes Bernardus Leferink het pand voor f 2800,-- en in juli van datzelfde jaar begon hij er zijn schoenmakerij. Het perceel hoek Langestraat-Spoorstraat was omstreeks 1900 eigendom van W.H.J.M. Aarsen. In het pand werd een café geëxploiteerd door J. Walhof. Later was F.J. Scholten hier caféhouder. Reeds in 1909 breidt Leferink zijn pand voor het eerst uit. Er worden een keuken en een bijkeuken aangebouwd.

In 1920 krijgt Leferink op zijn verzoek van loco-burgemeester Bloemen en Wethouders ontheffing van de vastgestelde rooilijn langs de Zuiderhagenweg in verband met een nieuwe uitbreiding van zijn pand. De rooilijn wordt vastgesteld op 1.47 m vanuit de goot. Tegelijkertijd wil Leferink de voorgevel van zijn winkel naar voren plaatsen. De bouwplannen worden echter opgehouden door een bezwaarschrift van buurman-caféhouder Scholten, die verwacht dat zijn zaak ernstige schade zal gaan ondervinden als Leferink zijn winkel aan de voorzijde mag uitbreiden. Scholten schrijft aan B. en W. :

"…. De voorgevel van dat huis komt in dezelfde lijn als de waranda van ondergeteekende, mijn huis komt dan door die verbouwing op den achtergrond, waardoor mijn zaak groote schade word aangebracht. Ook met het oog op de Markt die voor die woning wort gehouden, en verder de doorgaande reizigers niet zullen opmerken dat achter het huis van genoemde Leferink mijn café is". B. en W. verklaren het bezwaarschrift van Scholten ongegrond, doch bij de goedkeuring van de bouwaanvraag door Gedeputeerde Staten komt het bezwaarschrift weer aan de orde. G.S. vragen daarover advies aan het Staatstoezicht op de Volksgezondheid. Hier nu, komt een interessante conclusie naar voren in verband met de latere rondweg om Delden die pas veel later werd aangelegd omdat al het drukke vrachtverkeer nog lange tijd door de Langestraat reed. De inspecteur voor de Volksgezondheid schrijft namelijk in zijn advies: "Bij het door mij ingestelde onderzoek werd mijn aandacht getrokken door de geringe breedte, die de Langestraat ter plaatse heeft. Daar deze straat deel uitmaakt van een grooten verkeersweg en zij dus, als gevolg van de enorme vlucht die het automobielverkeer genomen heeft, van bijzondere beteekenis geworden is, zal, voor zoover dit nu reeds niet het geval mocht zijn, in de toekomst zeker blijken, dat deze straat wat hare afmetenigen betreft, niet voldoet aan de eischen, die men er aan stellen mag. Verbreeding van de straat zou, indien al mogelijk, zeker met groote kosten gepaard gaan en daarom is bij mij de vraag gerezen of het niet mogelijk zou zijn buiten deze straat een nieuwe doorgaande verkeersweg te scheppen. Naar mijn aanvankelijke meening mag deze vraag nu nog bevestigend worden beantwoord en het lijkt mij dan ook wenschelijk dat van wege Uw College hier naar een onderzoek worde ingesteld. Mocht U eveneens van deze wenschelijkheid overtuigd zijn, dan zou van dezen nieuwen verkeersweg in overleg met mij een plan kunnen worden opgemaakt. Dit wil niet zeggen, dat dan ook onmiddellijk tot den aanleg daarvan zou moeten worden overgegaan, maar de totstandkoming van den weg zou dan door het uitvaardigen van bouwverboden verzekerd kunnen worden".

Hieruit blijkt dus, dat reeds in 1920 werd geconstateerd dat het verkeer in de smalle Langestraat een groot probleem zou worden en dat een andere oplossing toen reeds gewenst werd geacht. Thans weten we hoe lang het heeft geduurd voor er een rondweg kon worden aangelegd en met hoeveel problemen dit gepaard is gegaan. Wat zou het een zegen zijn geweest als toen reeds maatregelen zouden zijn genomen. De uitbreiding van de zaak gaat in 1921 echter toch door. De tekeningen tonen hoe het pand toen werd gewijzigd: In 1925 volgt een nieuwe uitbreiding. Er wordt dan van Twickel een deel van de tuin van de Pastorie, gelegen aan de Spoorstraat, gekocht. De woning wordt dan aan de zuidzijde uitgebreid en de bovenverdieping wordt aangepast. In het pand op de hoek van de Langestraat met de Spoorstraat was nog steeds het cafébedrijf van Scholten gevestigd. Hier ontstond op 19 september 1930 brand, waardoor de kap en een deel van de bovenverdieping werden verwoest. Ook het pand Leferink krijgt flinke waterschade. In november van dat jaar koopt de gemeente de geruïneerde overblijfselen van het café voor f 2500,-- van eigenaar Aarsen. Op deze plaats wordt nu een politiebureautje met arrestantenlokalen gebouwd, daar deze op dat moment nog in de kelder van het gemeentehuis in een onhoudbare toestand verkeren. Het geheel komt er als volgt uit te zien: In 1959 koopt de vader van Carla en Bob het politiebureau van de gemeente, waardoor het perceel de huidige grootte bereikt.



--------------------------------------------------------------------------------

De Huidige generatie

De schoenenzaak Leferink is door de jaren heen groot geworden en gebleven door 100% inzet van de oudere generaties en altijd ook door de kinderen Leferink, die in het zakenleven opgroeiden en mee moesten helpen voor en achter de coulissen. Ook zij moesten schoenen verkopen als er weer eens een verbouwing plaats vond of zij moesten de rekeningen bij de klanten bezorgen.

Er werkten tot 1980 meerdere knechten in de schoenmakerij, waar ze een dagtaak hadden aan het herstellen van schoenen. Immers, tot die tijd zorgden oorlog, schaarste en zuinigheid er voor, dat de schoenen wel 3, 4 of 5 maal werden opgelapt, omdat nieuwe schoenen te duur waren of alleen te koop wanneer je in het bezit was van bonnen.


Tijdens en na de oorlogsjaren moest pa Jan ook meehelpen in de schoenmakerij, omdat ze het werk niet aankonden (De schoenen werden regelmatig op de fiets uit Brabant opgehaald). Dit vak was niet zijn ambitie, maar toch werd het langzamerhand zijn hobby en diverse vakcursussen werden gevolgd, zoals vakopleiding schoenmakerij, pedicuren en natuurlijk het middenstandsdiploma. Ma Siny, was werkzaam in de verpleging in Delden. Samen met pa zette zij zich na hun huwelijk voor 100% voor de zaak in. Het personeel hielp, toen er kinderen kwamen, ook mee met de huishoudelijke taken

Van de 6 kinderen zijn het Bob en Carla die als vierde generatie op dit adres nu de schoenenzaak runnen. Zij zijn geboren zakenmensen. Carla vertoefde al toen ze klein was het liefst in de winkel en mocht regelmatig mee naar de schoenenbeurzen om met de inkoop mee te helpen en hiervan te leren. Ook ging ze nogal eens met pa Jan naar de Langstraat in Brabant, het schoenengebied bij uitstek, om actuele voorraad rechtstreeks uit de fabrieken mee te nemen naar Delden. Bob hielp pa Jan al op jonge leeftijd in de werkplaats en heeft zo van hem het vak geleerd.

Verder hebben Bob en Carla diverse cursussen gevolgd om meer kennis van het vak op te doen en diploma's te behalen, o.a. pedicuren, basiscursus podologie, middenstandsonderwijs, cursus vakbekwaam kinderschoenen verkopen en vakdiploma schoenwinkelier.

Zo hebben Bob en Carla, pa Jan en ma Siny samen vele jaren lang het steeds groeiende bedrijf gerund. In het begin ging dat met fulltime- werkend personeel. Nu wordt er vooral met part-timers gewerkt om samen de grote klantenkring, waarvan er velen ook van ver komen en al jaren trouw bij Leferink hun schoenen kopen, te bedienen met een eerlijk en goed advies bij de aanschaf. Service staat daarbij hoog in het vaandel. Het beste van alle grote merken is in de grote voorraadcollectie aanwezig.



--------------------------------------------------------------------------------

De Huidige generatie

De schoenenzaak Leferink is door de jaren heen groot geworden en gebleven door 100% inzet van de oudere generaties en altijd ook door de kinderen Leferink, die in het zakenleven opgroeiden en mee moesten helpen voor en achter de coulissen. Ook zij moesten schoenen verkopen als er weer eens een verbouwing plaats vond of zij moesten de rekeningen bij de klanten bezorgen.

Er werkten tot 1980 meerdere knechten in de schoenmakerij, waar ze een dagtaak hadden aan het herstellen van schoenen. Immers, tot die tijd zorgden oorlog, schaarste en zuinigheid er voor, dat de schoenen wel 3, 4 of 5 maal werden opgelapt, omdat nieuwe schoenen te duur waren of alleen te koop wanneer je in het bezit was van bonnen.


Tijdens en na de oorlogsjaren moest pa Jan ook meehelpen in de schoenmakerij, omdat ze het werk niet aankonden (De schoenen werden regelmatig op de fiets uit Brabant opgehaald). Dit vak was niet zijn ambitie, maar toch werd het langzamerhand zijn hobby en diverse vakcursussen werden gevolgd, zoals vakopleiding schoenmakerij, pedicuren en natuurlijk het middenstandsdiploma. Ma Siny, was werkzaam in de verpleging in Delden. Samen met pa zette zij zich na hun huwelijk voor 100% voor de zaak in. Het personeel hielp, toen er kinderen kwamen, ook mee met de huishoudelijke taken

Van de 6 kinderen zijn het Bob en Carla die als vierde generatie op dit adres nu de schoenenzaak runnen. Zij zijn geboren zakenmensen. Carla vertoefde al toen ze klein was het liefst in de winkel en mocht regelmatig mee naar de schoenenbeurzen om met de inkoop mee te helpen en hiervan te leren. Ook ging ze nogal eens met pa Jan naar de Langstraat in Brabant, het schoenengebied bij uitstek, om actuele voorraad rechtstreeks uit de fabrieken mee te nemen naar Delden. Bob hielp pa Jan al op jonge leeftijd in de werkplaats en heeft zo van hem het vak geleerd.

Verder hebben Bob en Carla diverse cursussen gevolgd om meer kennis van het vak op te doen en diploma's te behalen, o.a. pedicuren, basiscursus podologie, middenstandsonderwijs, cursus vakbekwaam kinderschoenen verkopen en vakdiploma schoenwinkelier.

Zo hebben Bob en Carla, pa Jan en ma Siny samen vele jaren lang het steeds groeiende bedrijf gerund. In het begin ging dat met fulltime- werkend personeel. Nu wordt er vooral met part-timers gewerkt om samen de grote klantenkring, waarvan er velen ook van ver komen en al jaren trouw bij Leferink hun schoenen kopen, te bedienen met een eerlijk en goed advies bij de aanschaf. Service staat daarbij hoog in het vaandel. Het beste van alle grote merken is in de grote voorraadcollectie aanwezig.



 
 
COPYRIGHT © 2009 - Leferink Schoenen | Langestraat 55 Delden | T 074 376 12 63 | info@leferinkschoenen.nl
webdesign